Nieuws

SVH Meesterkok Soenil Bahadoer 25 jaar bij De Lindehof

Soenil Bahadoer, SVH Meesterkok en eigenaar van De Lindehof in Nuenen, is vandaag 25 jaar bij De Lindehof! Om dat te vieren blikken we terug naar het interview met de patron-cuisinier dat in Lekker500 editie 2020 stond; Chef met een missie.

Soenil Bahadoer

Acht jaar was Soenil Bahadoer, toen hij met zijn ouders vanuit Suriname naar Nederland kwam. Op naar een betere toekomst. Hij is nu 52 en de tijd heeft hem geen windeieren gelegd. Soenil: “Ik heb er keihard voor moeten knokken. Mijn kleur zat me af en toe behoorlijk in de weg.” Het verhaal achter een succesvol én sociaal betrokken ondernemer in de horeca.

Soenil schatert bij het ophalen van de volgende anekdote. “Onze vader en moeder streken met vijf kinderen neer bij oma, in de wijk Katendrecht in Rotterdam. In die tijd (het was eind jaren 70, red.) niet bepaald een vooraanstaande buurt. Al jong zat het ondernemerschap in me en ging ik langs de vrouwtjes in de rosse buurt om aan te bieden boodschappen voor hen te doen. “Dan kunt u doorgaan met werken,” voegde ik eraan toe, in het geheel niet gehinderd door de wetenschap wat voor werk zij deden. Maar het bracht goed op en al snel wist ik mijn ondernemerstalent op waarde te schatten.”

Dokter of kok?

Zijn ouders wilden dat hun kinderen minstens dokter, advocaat of ingenieur zouden worden. Dan telde je mee. Maar kleine Soenil had zijn zinnen op iets anders gezet. Hij wilde kok zijn, want hij werkte het liefst met zijn handen. Mooie dingen koken, creëren en ontwikkelen. Én inspirerend zijn voor anderen. “Ik heb het niet makkelijk gehad,” vertelt Soenil. “Mijn kleur stond veel mensen niet aan. Ik durf te stellen dat ik tien keer zo hard heb moeten knokken om daar te komen waar ik nu ben. Maar het heeft me sterk gemaakt. Ik ben trots op wat ik tot nu toe allemaal heb bereikt.”

Restaurant De Lindehof

Onbekend maakt onbemind

Na zijn voltooide studie aan De Rooi Pannen zocht Soenil een stageadres. Maar op zijn talloze sollicitaties kreeg hij geen enkele positieve reactie. Soenil: “Mijn buitenlands klinkende naam zat mij kennelijk niet mee.” Uiteindelijk kon hij gaan werken bij een brasserie waar ambachtelijke pannenkoeken, garnalencocktails en schnitzels met bloemkool werden geserveerd.

Het maakte Soenil niks uit. Hij kreeg er creatieve ruimte en maakte kunstwerken van eenvoudige gerechten. Bij SVH Meesterkok Cees Helder, destijds eigenaar van restaurant Parkheuvel in Rotterdam, leerde hij het klappen van de zweep. “Helder was keihard, maar rechtvaardig. Ik heb daar heel veel ervaring opgedaan.” En bij het Belgische Scholteshof van Roger Souvereyns werd hij gevormd. “Ik ben daar zo vaak door de zeik gehaald en ik heb er zo knetterhard gewerkt, dat ik hierna alles aan kon. Ik wilde mezelf bewijzen en heb nooit mijn kop laten hangen. Het gaf mij juist extra drive. Ik heb ook nog anderhalf jaar in dienst gezeten en daar discipline voor het leven opgedaan. Het moest en zou me lukken. Om mijn ouders te laten zien dat die kleine Soenil ook als kok maatschappelijk kon slagen.”

De Lindehof

In 1995 begint Soenil bij De Lindehof in Nuenen en onderscheidt zich door de jaren heen met het koken van de Franse keuken vermengd met hindoestaanse invloeden. “Bij ons thuis was eten zo ongeveer het belangrijkste dat er was. Mijn moeder maakte alles zelf: dahl, pom, roti, ontzuurde tomaatjes. Ze plukte zelfs kippen. En mijn vader sneed ’s morgens vroeg al rijpe avocado’s in repen, waar het ontbijtbrood mee belegd werd, bestrooid met een snuf zout. Ik wilde mijn roots trouw blijven, want ik ben – net als alle hindoestanen – trots op deze uiterst gevarieerde keuken. Ze is rijk aan smaken en geuren en er worden de mooiste ingrediënten gebruikt, met specerijen die hier niet of nauwelijks bekend zijn. Met die keuken wilde ik de Nederlandse gast verrassen.” Dat is goed gelukt, want ondertussen kan Bahadoer bogen op een grote schare aan binnen- en buitenlandse gasten. Bovendien heeft hij inmiddels twee Michelinsterren en een hoge ranking in Lekker500 op zijn naam staan.

Sociale betrokkenheid

Soenil is maatschappelijk en sociaal betrokken bij tal van culinaire projecten en events. “Kijk, wij hadden het vroeger thuis niet breed. Als ik zie hoe mijn ouders het met een minimum aan inkomen gered hebben, dan heb ik daar diep respect voor. Nu ik succes heb en bevoorrecht ben met twee prachtige kinderen en twee lieve kleinkinderen, wil ik iets aan de maatschappij teruggeven. Dat doe ik op verschillende manieren. Als je bijvoorbeeld ziet dat er tonnen aan vis weggegooid wordt, zogenaamd omdat ze niet courant zouden zijn, dan gaat mij dat zeer aan het hart. Ik vind dat er dan een taak bij ons koks ligt om die vis wél bekendheid te geven en op de kaart te zetten in een mooie bereiding.” Soenil is daarom aangesloten bij ‘North Sea Chefs’, een organisatie die chef-koks, hobbykoks en consumenten aanmoedigt om op een verantwoorde manier om te gaan met onbeminde en minder bekende vissoorten.

“Ook gooien wij per hoofd van de Nederlandse  bevolking een kilo etenswaren per dag weg. Een kilo! Omdat we niet weten wat voor lekkers we nog kunnen maken met oud brood, broccolistronken of een bruine banaan.” Soenil is, samen met Edwin Vinke (SVH Meesterkok bij restaurant De Kromme Watergang in Hoofdplaat, red.) bezig met een televisieserie over het verwerken van no waste-producten tot lekkere gerechten. Verder heeft Soenil pro deo, samen met Edwin Vinke, onlangs op Ibiza een groot diner gekookt ten bate van War Child. Daarvoor sloot hij twee dagen zijn restaurant in Nuenen en reisde hij met zijn team af naar Spanje. Er werd een memorabel bedrag van 220.000 euro opgehaald. “Ik wil dat mensen zich bewuster worden van de maatschappij en hun verantwoording nemen. Als ik daar een steentje aan bij kan dragen, dan word ik daar een hele blije hindoestaan van.”

 

Soenil in zeven vragen

Wat komt jouw keuken niet in?

“Truffelolie. Wat een vies spul. Je boert het nog dagenlang op. Zo nep.”

Wat is jouw onmisbare keukengereedschap?

“Een goed scherp mes.”

Met welk ingrediënt werk jij graag?

“Vadouvan. Dat is zo’n prachtige verzameling aan specerijen en je kunt er ook zo veel mee. Van het marineren van vlees of vis tot het maken van een mooie saus. Topproduct.”

Wat is je lievelingsdrank?

“Een blanc de blanc-champagne. Altijd als ik uit eten ga, is dat een fijne start van mijn diner.”

Voor wie zou je nog weleens willen koken?

“Voor koningin Maxima. Zij is temperamentvol, charismatisch en Zuid-Amerikaans, net als ik. Ik zou zo benieuwd zijn naar wat zij van mijn keuken vindt.”

Welke collega heb jij hoog zitten?

“Edwin Vinke. Ik heb nooit eerder zo’n mooie en bescheiden kok ontmoet. Rustig, eerlijk en betrouwbaar. En een chef die geen diknek werd, na het behalen van zijn twee sterren.”

Wat wordt jouw laatste avondmaal?

“De roti van mijn moeder die wij als kind vaak kregen. En dat ik dan met haar en mijn broertjes en zusjes aan een lange tafel vol lekkers mag plaatsnemen. En het gezinsgevoel van vroeger opnieuw mag ervaren.”

Mieke van Laarhoven